
Altijd maar doorgaan: 7 signalen dat het je meer kost dan je denkt
Je staat op. Gaat naar je werk. Doet boodschappen. Regelt wat er geregeld moet worden. Zorgt voor anderen en probeert ondertussen ook nog een beetje tijd voor jezelf over te houden.
En meestal lukt dat ook.
Dus wanneer iemand vraagt hoe het met je gaat, zeg je waarschijnlijk:
Goed hoor. Druk.
Want je redt het toch?
Alleen kost alles je de laatste tijd meer energie.
Je bent sneller moe. Hebt minder zin in dingen. Kunt minder hebben. En als er eindelijk niets hoeft, wil je het liefst met rust gelaten worden.
Maar stoppen?
Dat doe je niet.
Er moet morgen tenslotte gewoon weer van alles gebeuren.
Altijd maar doorgaan kan zo gewoon worden dat je nauwelijks meer merkt hoeveel het van je vraagt.
Misschien herken je dat in deze zeven signalen.
1. Je vrije tijd heb je nodig om bij te komen
Eindelijk weekend.
Je zou iets leuks kunnen gaan doen. Afspreken met vrienden. Ergens naartoe. Een dagje weg.
Maar eigenlijk wil je maar één ding:
Niets.
Niet omdat je nergens meer van geniet, maar omdat de week zoveel van je heeft gevraagd dat je vrije tijd vooral nodig hebt om bij te komen.
Misschien houd je daarom bewust een dag leeg.
Of je doet op zaterdag wat moet en bent blij dat je zondag nergens naartoe hoeft.
Je vrije tijd voelt dan niet meer als tijd waarin je kunt kiezen waar je zin in hebt.
Het wordt tijd die je nodig hebt om maandag weer verder te kunnen.
2. Dingen waar je normaal zin in hebt, voelen als nóg iets wat moet
Een etentje.
Sporten.
Een verjaardag.
Zelfs iets waar je normaal naar uitkijkt, kan ineens voelen als een extra afspraak in een toch al volle week.
Je kijkt in je agenda en denkt:
Pfff.
Misschien zeg je vaker iets af. Of je gaat wel, maar merkt dat je eigenlijk weinig over hebt voor het gezelschap.
Niet omdat de mensen of activiteiten ineens minder leuk zijn.
Je hebt gewoon minder over.
En dan kan zelfs iets leuks energie gaan kosten voordat het überhaupt begonnen is.
3. Kleine dingen irriteren je sneller
Iemand stelt een simpele vraag en je voelt irritatie.
De kinderen maken lawaai.
Iemand rijdt te langzaam voor je.
Er komt een bericht binnen waarop je eigenlijk nog moet reageren.
Niets bijzonders.
En toch denk je:
Kan iedereen me alsjeblieft even met rust laten?
Misschien schrik je soms zelfs van je eigen reactie.
Waarom maak ik me hier zo druk om?
Maar als je al langere tijd veel van jezelf vraagt, kan dat wat normaal klein voelt ineens net te veel zijn.
Het hoeft niet altijd om die ene vraag, dat geluid of dat appje te gaan.
Misschien zit je hoofd gewoon al behoorlijk vol.
4. Je zegt steeds: straks wordt het rustiger
Na deze week.
Als dit project klaar is.
Na die verjaardag.
Als de kinderen weer naar school zijn.
Na de vakantie.
Dan ga je echt wat rustiger aan doen.
Alleen komt er na dat ene drukke ding vaak weer iets anders.
En zo schuift het moment waarop jij rust neemt steeds een stukje verder op.
Eén drukke periode hoeft natuurlijk niets te betekenen.
Maar wanneer je jezelf al maanden vertelt dat het binnenkort rustiger wordt, is het misschien goed om jezelf iets anders af te vragen:
Wanneer geef ik mezelf eigenlijk de ruimte om het rustiger aan te doen?
5. Niets doen voelt ongemakkelijk
Eindelijk heb je een half uurtje voor jezelf.
En dan?
Misschien pak je meteen je telefoon.
Je ziet iets liggen en ruimt het op.
Je bedenkt dat je net zo goed alvast iets voor morgen kunt doen.
Of je blijft wel zitten, maar merkt dat je niet echt kunt ontspannen omdat je je schuldig voelt dat je niets doet.
Ik kan mijn tijd beter gebruiken.
Er ligt nog genoeg.
Ik moet eigenlijk…
Rust voelt dan bijna alsof je er eerst toestemming voor moet krijgen.
Of alsof je het pas hebt verdiend wanneer alles af is.
Alleen is er bijna altijd wel iets wat nog gedaan kan worden.
En dus blijf je bezig.
6. Je bent vooral bezig de dag of week door te komen
Je kijkt steeds uit naar het moment waarop het eindelijk rustiger wordt.
Nog even deze dag door.
Nog één afspraak.
Nog even volhouden tot het weekend.
Je bent vooral bezig alle ballen hoog te houden. Daardoor kan één belangrijke vraag naar de achtergrond verdwijnen:
Hoe gaat het eigenlijk met mij terwijl ik dit allemaal doe?
7. Je functioneert nog prima, dus zo erg zal het wel niet zijn
Dit is misschien wel de lastigste.
Want je doet alles nog.
Je werkt.
Het huishouden draait.
Je komt je afspraken na.
Mensen kunnen op je rekenen.
Aan de buitenkant hoeft niemand iets aan je te merken.
En misschien gebruik je dat zelf ook als bewijs dat het allemaal wel meevalt.
Ik kan het toch nog?
Ja.
Maar er zit verschil tussen iets kunnen en hoeveel het je kost.
Misschien lukt het allemaal nog, maar heb je daarna niets meer over.
Misschien kun je die drukke werkweek prima aan, zolang er in het weekend maar niets gepland staat.
Misschien zorg je voor iedereen om je heen, maar merk je pas wanneer je alleen bent hoe moe je eigenlijk bent.
Dat je doorgaat, betekent niet automatisch dat het je weinig kost.
Wanneer werd doorgaan eigenlijk normaal?
Je hoeft na het lezen van deze zeven signalen niet meteen iets te veranderen.
Maar misschien kun je wel iets gaan opmerken.
Wanneer zeg jij tegen jezelf dat je nog even moet doorgaan?
Wat laat je als eerste vallen wanneer je weinig energie hebt?
Wat doe je met een vrij uur?
En misschien nog belangrijker:
Wanneer was de laatste keer dat je iets deed omdat je er zin in had, zonder eerst te bedenken wat er allemaal nog moest gebeuren?
Je hoeft daar geen goed antwoord op te hebben.
Misschien weet je het meteen.
Misschien moet je er even over nadenken.
Het gaat er vooral om dat je niet alleen kijkt naar wat je allemaal nog voor elkaar krijgt.
Kijk ook eens naar wat het je kost.
Want altijd maar doorgaan kan lang prima lijken te gaan.
Tot je merkt dat je vooral nog aan het volhouden bent.
Wil je niet alleen merken dát je doorgaat, maar ook beter voelen wat jij nodig hebt? Lees dan verder in Hoe leer je luisteren naar je lichaam als je vooral vanuit je hoofd leeft?









